De dag
Tupac wordt negen jaar.
Tupac woont in Peru.
Het land Peru ligt hier ver vandaan.
De kinderen spelen daar heel veel buiten. Tupac wordt morgen negen jaar.
Dit is een belangrijke feestdag in Peru.
De kinderen vieren dan hun Grootdag.
De vriendjes van Tupac spelen in de rivier. Het is erg warm, en ze roepen Tupac om mee te doen.
Tupac blijft aan de kant staan.
Hij wil wel spelen, maar hij moet steeds denken aan zijn Grootdag.
Hij moet nog de namen van zijn stamvaders uit zijn hoofd leren.
Dat is erg spannend.
Zal dat lukken?
Het zusje van Tupac heet Coyo.
Ze wast de kleren in het water van de rivier. “Heb je het gehoord, Tupac?”, vraagt ze.
“De keizer komt morgen naar de grote berg. Hij komt misschien wel naar je kijken.”
Tupac draait zich om en loopt weg langs de rivier. Hij wil alleen zijn om de namen te oefenen.
De volgende dag loopt Tupac het pad af naar de berg.
Hij rilt onder zijn wollen hemd.
Hij klimt de berg op.
Op het topje van de berg ligt de steen van de zon.
Tupac gaat op de steen van de zon staan.
Tupac ziet een grote optocht van mensen.
Ze komen voor hem.
Zijn vader is er ook bij.
De mannen dragen een poncho met de kleuren van de regenboog.
De meisjes hebben vlechten in hun haar.
Iedereen is stil en kijkt naar Tupac.
Hij haalt diep adem en begint:
“Ik Tupac noem mijn stamvaders: Groot Amaru, de poemaman, Groot-Roca, de stenenbreker, Groot…”
Hij weet de volgende naam niet. Tupac hoort de condor, de zwarte vogel die boven zijn hoofd vliegt.
De vogel die alles ziet.
“Oh, ja nu weet Tupac de naam weer: Groot Tuccicuc, de man die alles ziet”.
Tupac noemt alle namen op.
De mensen juichen.
Tupac is nu Groot Tupac geworden.
Hij krijgt van zijn vader een poncho met de kleuren van de regenboog.
